|
Het koninklijk besluit van 14/09/2007 stipuleert in Art. 1: “Dit besluit is niet van toepassing op honden- en kattenkwekerijen waar minder dan 3 nesten per jaar geboren worden.”
ER IS DUS GEEN ERKENNING NODIG VOOR EEN OF TWEE NESTEN PER JAAR! Er heerst nogal wat vrees en verwarring rond de “erkenning” als fokker. Daarom graag deze verduidelijking rond het verbod van hondenverkoop in winkels, dat ingaat op 1 januari 2009. Het is inderdaad zo dat voorzien wordt dat elke fokker van een nest honden een “erkenning” zal moeten hebben. De bedoeling van de wetgever is onverantwoord zwartfokken aan banden te leggen en ervoor te zorgen dat elk nest kan geworpen worden en opgroeien in een gepaste omgeving. Geen paniek hierover!
De “erkenning” behoort tot de bevoegdheid van het federale Ministerie van Volksgezondheid waaronder de Raad van Dierenwelzijn ressorteert.
De “erkenning” houdt enkel en alleen in dat de infrastructuur waarin de volwassen dieren leven en waarin een nest geboren wordt moet beantwoorden aan de nodige vereisten om het welzijn van de dieren te verzekeren. In principe beantwoordt elke LOSH-fokker aan de gestelde eisen. Elk LOSH-nest wordt trouwens gecontroleerd door één van onze tatoeëerders of van onze identificatiecontroleurs, die de bevoegdheid heeft hierover verslag uit te brengen bij de KMSH.
Deze “erkenning” staat totaal los van de financiële kant van de gefokte nesten !!!
Dit tweede aspect behoort tot de bevoegdheid van het Ministerie van Financiën . Of men nu één of veel nesten fokt, iedereen is onderworpen aan de wetgeving op “inkomsten”. Honden fokken en verkopen als liefhebber wordt beschouwd als een zelfstandig inkomen naast de verschillende andere vormen van inkomens die iemand kan hebben.
DUS : De “erkenning” heeft geen enkele weerslag op het financiële aspect van hondenfokken.
De “erkenning” is geen probleem voor een eerlijk gemotiveerde fokker, voor wie het welzijn van de honden primeert. Eén of twee nesten per jaar houdt waarschijnlijk ook in dat er geen tegenkanting te verwachten is vanwege de gemeentelijke overheid.
Op elke zelfstandige activiteit is de BTW-wetgeving toepasselijk van zodra het bruto-inkomen gegenereerd door de activiteit het totaal van ongeveer 5.580€ per jaar overschrijdt. Eén enkel nest van 10 pups die verkocht worden aan 560€, houdt dus al in dat de fokker onder de BTW-wetgeving valt. Hij mag dan ook al zijn BTW-uitgaven voor het fokken inbrengen en in mindering brengen. Misschien in zijn voordeel.
De belastingheffing op het globale inkomen van iemand behoort ook tot de bevoegdheid van het Ministerie van Financiën. Dit staat ook totaal los van de “erkenning”. Het verschil tussen het totaal “verkoop van gefokte honden” en het totaal “onkosten gemaakt voor het fokken ervan” wordt bij het totaalinkomen van de fokker gevoegd of afgetrokken. Kan dus in het voordeel van de fokker uitdraaien.
Elke vorm van activiteit is onderworpen aan de wetgeving op de Sociale Zekerheid . De zelfstandige activiteit van hondenfokken die een nettowinst oplevert van meer dan 1.100 € per jaar houdt in dat sociale bijdragen moeten betaald worden. Dit wordt geregeld door gespecialiseerde organismen voor zelfstandigen. Indien de nettowinst lager is dan dit bedrag wordt er geen bijdrage Sociale Zekerheid gevraagd.
Fred Denayer
Voorzitter KMSH
Download hier het koninklijk besluit - 27 april 2007 - houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren.
Download hier het koninklijk besluit - 14 september 2007 - tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 februari 1997 houdende erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen, (...) en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, (...).
Download hier het ministerieel besluit - 12 oktober 2007 - tot verlening van afwijkingen voor het seizoen 2007-2008 van de in artikel 36, 7°, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren opgenomen verbodsbepaling. |