is van kracht sinds 17 oktober 2009, ter vervanging van de vorige uitgave uit maart 2009.
Hierbij de voornaamste wijzigingen met verwijzing naar de betreffende artikels.
14.1.a. De geregistreerde honden waarvan de raszuivere afstamming bewezen is door een afstamming, zowel langs vaders- als langs moederszijde, van minstens drie generaties ingeschreven in het LOSH of in een stamboek erkend door de FCI en de KKUSH, voor zover het ouderschap bewezen wordt door een DNA-test (ingang op 01/01/2009 voor alle ouderdieren) en de twee ouderdieren, geboren vanaf 01/01/2008, het attest “Toelating tot de LOSH-fok” (minstens een kwalificatie « Goed ») behaald hebben op een Belgische CAC- of CAC-CACIB-tentoonstelling onder een Belgische keurmeester, of op een Rasspeciale met CAC onder een Belgische of buitenlandse keurmeester (rasspecialist), of op een speciaal hiervoor door de KMSH georganiseerde Attestendag onder een Belgische keurmeester, waarvan bewijs op de hiervoor voorziene attestkaart. Honden die het attest niet behaalden onder een eerste keurmeester, kunnen een tweede en laatste maal voorgebracht worden en dit enkel op een Attestendag, onder een andere keurmeester. In geval van tegenstrijdigheid tussen de eerste en tweede beoordeling voor toelating tot de fok, beslist een derde keurmeester, aanwezig op die Attestendag.
Honden die geslaagd zijn in de “Selectie” ingericht door de hiervoor erkende Belgische rasclub zijn vrijgesteld van het behalen van het attest “Toelating tot de LOSH-fok”.
De reuen die in het buitenland verblijven, moeten voldoen aan dezelfde kwaliteitsnormen en genealogische identificatienormen (genetische DNA-afdruk passend met die opgelegd door de KMSH).
b. De Duitse Herders geboren uit ouderdieren gefokt volgens de WUSV-fokreglementering, waarvan attest afgeleverd door de Belgische rasclubs VVDH of RCBA.
18.1 Indien de « Aanvraag van Stambomen » niet geldig kan gemaakt worden binnen de vier maanden na de geboorte, stuurt de K.M.S.H. een aangetekende aanmaning naar de fokker en heeft zij het recht een boete op te leggen gelijk aan de prijs van de stambomen. Indien de fokker geen gevolg geeft aan deze aanmaning binnen de veertien dagen na datum van betekening ervan, worden de diensten van de K.M.S.H. hem ontzegd tot wanneer hij er gevolg aan geeft. In dit geval heeft de Raad van Bestuur nochtans het recht de reïntegratie van de fokker te weigeren.
31.0 Leeftijd van de ouderdieren
De teven mogen niet gedekt worden vóór de leeftijd van 15 maanden en de reuen mogen niet dekken vóór de leeftijd van 12 maanden, tenzij
een gemotiveerde aanvraag op voorhand bij de K.M.S.H. wordt ingediend en vóór het dekken de toelating bekomen wordt;
De teven ouder dan 10 jaar mogen niet meer gedekt worden. Voor de reuen is er geen leeftijdsbeperking buiten de minimumleeftijd.
Het reglement |